Er wordt verteld, hoe een grijze spin eerst door de
herbergierster wordt weggejaagd. Spinnen met hun lelijke lichaam en lange
poten kan zij niet uitstaan.
In de stal van de herberg vindt de spin een plekje, waar hij
niemand tot last is en waar niemand hem lastig valt. De beesten zijn hem zelfs
dankbaar, omdat hij vliegen vangt. De spin is blij dat hij niet wordt verjaagd
en zelfs nuttig kan zijn. Maar hij blijft verdrietig. Hij zou zo graag mooi
gevonden willen worden!
Om de tijd te doden begint hij het fijnste en grootste
web te spinnen dat ooit door een spin is gemaakt.
Op een nacht heerst er een grote drukte in de stal. De spin ziet niet goed wat er
allemaal gebeurt, het is te donker.
's Morgens ziet hij een huilende baby in een
kribbe liggen. Het heeft het koud en vader en moeder hebben geen stro meer
om de baby toe te dekken. De spin laat zich zakken en legt zijn grote web aan de
voeten van de moeder. Die legt het als een dekentje over de baby, die meteen
ophoudt met huilen en in slaap valt.
Dankbaar vraagt de moeder aan de spin
hoe zij hem kan belonen. De spin wenst dat de mensen hem mooi vinden.
Dat
kan natuurlijk niet, maar de moeder kan er wel voor zorgen, dat de mensen blij
zijn een spin te zien.
Daarom zien mensen het tot op de dag van vandaag
het als een teken van geluk, wanneer ze 's avonds een spin zien en
hangen mensen gouddraden en zilveren engelenhaar in hun kerstboom.
Vanwege de
grijze spin die zijn web aan het kerstkind gaf.